ECLI:NL:RBMID:2000:AA5317
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.C.P. Rammeloo
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering afdracht Regulerende Energie Belasting door leverancier windenergie
Windpark Roggeplaat en Delta Nutsbedrijven N.V. sloten in 1993 een overeenkomst waarbij Windpark Roggeplaat windenergie leverde tegen een vaste vergoeding. Na invoering van de Wet Belastingen op Milieugrondslag (WBM) in 1996 ontstond discussie over de afdracht van de Regulerende Energie Belasting (REB). Windpark Roggeplaat vorderde dat Delta Nutsbedrijven N.V. de REB-gelden die zij ontving, aan haar zou afdragen, omdat de wetgever beoogde dat deze belasting wordt doorgegeven aan producenten van duurzame energie.
Delta Nutsbedrijven N.V. stelde dat zij de REB volledig aan de fiscus had afgedragen of dat zij de keuze had om de belasting niet door te sluizen. Ook voerde zij aan dat Windpark Roggeplaat al subsidie had ontvangen via het Milieu Actie Plan (MAP) en dat de terugleververgoeding reeds een aanvaardbare vergoeding bood. Daarnaast werd betwist dat sprake was van misbruik van machtspositie.
De rechtbank oordeelde dat Delta Nutsbedrijven N.V. de REB niet aan de fiscus had afgedragen en dat de wetgever wel degelijk beoogde dat de REB aan de producent wordt doorgegeven. De keuzevrijheid van Delta Nutsbedrijven N.V. werd beperkt door redelijkheid en billijkheid. Het subsidiaire verweer dat Delta Nutsbedrijven N.V. mede-investeringen had gedaan en daarom recht had op een deel van de REB, werd verworpen.
De rechtbank veroordeelde Delta Nutsbedrijven N.V. tot betaling van 2,95 cent per kWh geleverde elektriciteit vanaf 1 januari 1996 gedurende de looptijd van de overeenkomst, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Delta Nutsbedrijven N.V. wordt veroordeeld tot afdracht van de REB-gelden aan Windpark Roggeplaat vanaf 1 januari 1996 met rente en proceskosten.