ECLI:NL:RBMID:2000:AA5742
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Begheyn
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid hotelhouder voor schade door brand in hotel
Eisers verbleven in juli 1996 met hun dochter in hotel De Zeeuwse Stromen, geëxploiteerd door Luctor Renesse B.V., toen in de nacht van 29 op 30 juli brand uitbrak. De brand verwoestte het hotel grotendeels en leidde tot verlies en schade aan eigendommen van eisers ter waarde van DM 14.022,90.
Eisers stellen Luctor Renesse aansprakelijk op grond van artikel 7:609 BW Pro als hotelhouder voor de schade en incassokosten, met wettelijke rente vanaf de dag van de brand. Luctor Renesse voert verweer dat de brand veroorzaakt is door kortsluiting zonder schuld van haar of medewerkers, dat de Uniforme Voorwaarden Horeca van toepassing zijn en dat de schade niet realistisch is gezien het korte verblijf en de ouderdom van goederen.
De rechtbank overweegt dat de hotelhouder als bewaarnemer de zorg van een goed bewaarder moet betrachten, waaronder het treffen van redelijke maatregelen tegen brand. Brand is geen overmacht indien onvoldoende zorg is betracht. De bewijslast rust op Luctor Renesse om aan te tonen dat de elektrische installatie veilig was. Het proces-verbaal wijst op een storing in een dimmer, maar sluit onvoldoende zorg niet uit. Het onderzoek door een installatiebedrijf en maatregelen in 1995 worden erkend, maar bewijs blijft onvoldoende.
De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere conclusies, waarbij Luctor Renesse kan reageren op de stellingen over onredelijk bezwarende algemene voorwaarden en bewijs van zorgvuldigheid. Eisers kunnen zich uitlaten over de waardering van beschadigde goederen. De zaak wordt aangehouden voor nader debat en mogelijk deskundigenonderzoek.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere conclusies en bewijslevering over aansprakelijkheid en algemene voorwaarden.