3.1.2. [eisers]baseren hun vordering op de vaststaande feiten als hierboven vermeld en op hun primaire stelling dat [gedaagden]jegens hen in de onderhandelingsfase toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun mededelingsplicht, doordat [gedaagden]hebben nagelaten aan [eisers]mededeling te doen van tekortkomingen aan de onderhavige woning die zodanig ernstig zijn dat deze woning niet de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik nodig zijn; dit terwijl [gedaagden]op de hoogte waren van deze tekortkomingen doordat zij zelf verbouwingswerkzaamheden hadden uitgevoerd en door een rapport van BouwTechnoKeuring Nederland B.V uitgebracht aan een andere potentiële koper d.d. 11 februari 1998, of althans op de hoogte hadden moeten zijn van deze tekortkomingen, welke er - kort gezegd - uit bestaan dat dak en dakgoot diverse lekkages vertonen, de dakkapel ondeugdelijk is geconstrueerd en lekkages vertoont, alsmede dat de houtvloer op de begane grond is aangetast door houtrot.
Subsidiair voeren [eisers]aan dat [gedaagden]een onrechtmatige daad jegens hen hebben gepleegd door hun mededelingsplicht met betrekking tot deze tekortkomingen te verzaken.
Meer subsidiair voeren [eisers]aan dat [gedaagden] hen hebben bedrogen door opzettelijk te zwijgen over deze tekortkomingen. Telkens stellen zij daarbij dat zij zelf voldaan hebben aan hun onderzoeksplicht. Zij hebben makelaarskantoor Tamboer een rapport laten opmaken en met de heer Tamboer van genoemd kantoor alsmede met de heer P. Regeer, werkzaam bij een aannemer, het pand bezichtigd. In samenhang met de uiterlijke staat van de woning en de door [gedaagden]verstrekte informatie alsmede garantie doordat de makelaar van De Jonge c.s. meedeelde dat de woning prima was gaf dit aan [eisers]het vertrouwen dat de woning voor normaal gebruik geschikt was.
Door het handelen c.q. nalaten van [gedaagden] lijden [eisers] schade. De schade bestaat allereerst uit een bedrag van f 37.525,13 dat is samengesteld uit een bedrag van f 25.000,- te vermeerderen met f 4.375,- aan BTW voor herstel van de tekortkomingen zoals geconstateerd door PRC Bouwcentrum B.V. te Bodegra-ven, een bedrag van
f 3.120,-- vermeerderd met f 546,-- aan BTW voor de rapportage door PRC Bouwcentrum B.V., alsmede de reeds gemaakte kosten voor de voortzetting van huur van een woning in de periode 1-7-1998 tot en met 31-1-1999, zijnde
f 4.483,13, aangezien de gekochte woning door deze tekortkomingen ongeschikt voor bewoning is. Daarnaast bestaat de schade maandelijks nog uit een bedrag van f 640,59 voor de voortzetting van de huurovereenkomst met de Woningbouwvereniging en uit een bedrag van f 5.628,77 voor de daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, nu de procureur van [eisers] veel inspanningen heeft verricht om met [gedaagden] in der minne tot een oplossing van het geschil te komen.
Nog meer subsidiair voeren [eisers] aan dat zij hebben gedwaald aangezien zij met de weten-schap van deze tekortkomingen de woning niet of althans niet op dezelfde voorwaarden of voor dezelfde prijs zouden hebben gekocht. Deze dwaling rechtvaardigt naar de stelling van [eisers] de wijziging van de gevolgen van de overeenkomst, in die zin dat de koopsom verminderd dient te worden met het gestelde schadebedrag.