ECLI:NL:RBMID:2000:AA5767
Rechtbank Middelburg
- Raadkamer
- W.P.M. ter Berg
- A. van Wamel
- R.H. Holl
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf voor ontucht door fysiotherapeut jegens patiënt
De rechtbank Middelburg heeft op 10 mei 2000 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een fysiotherapeut die gedurende twee jaar meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een patiënt die zich feitelijk aan hem had toevertrouwd. De verdachte maakte misbruik van de behandelrelatie en het vertrouwen dat een patiënt in zijn behandelaar moet kunnen stellen, waardoor een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ontstond.
De zaak kende een langdurige procedurele geschiedenis, waarbij de zaak aanvankelijk was geseponeerd maar na een beklagprocedure alsnog bij de rechtbank werd gebracht. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn was overschreden, maar dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie leidde. De strafmaat werd wel verminderd vanwege deze termijnoverschrijding.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een behandelrelatie tussen fysiotherapeut en patiënt, ondanks het ontbreken van formele behandelovereenkomsten. De seksuele contacten werden als strafbaar beoordeeld omdat de afhankelijkheidsrelatie een rol speelde en de vrijwilligheid van het slachtoffer niet aannemelijk was. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend, maar deze werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat de vordering te ingewikkeld was voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank wees de vordering van de benadeelde partij af.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken onder voorzitterschap van W.P.M. ter Berg, met de rechters A. van Wamel en R.H. Holl.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden wegens ontucht met een patiënt.