ECLI:NL:RBMID:2000:AA6331
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel en bezit van softdrugs in niet-gedoogde coffeeshop te Goes
De politierechter te Middelburg heeft op 13 juni 2000 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die wordt verdacht van het bezit en de handel in softdrugs in haar coffeeshop te Goes. De zaak betrof meerdere feiten die plaatsvonden tussen januari en november 1999, waarbij verdachte grote hoeveelheden hennep en hashish in bezit had en verkocht, ook aan minderjarigen.
Verdachte voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk was omdat haar coffeeshop gedoogd zou moeten worden, maar de rechtbank oordeelde dat de coffeeshop in de betreffende periode niet door het lokale driehoeksoverleg werd gedoogd. De vervolging was daarom niet in strijd met het beleid of het gelijkheidsbeginsel.
De politierechter achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Gelet op de ernst van de feiten, waaronder verkoop aan minderjarigen, en eerdere veroordelingen, werd een gevangenisstraf van twee maanden opgelegd, waarvan de uitvoering werd opgeschort met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een geldboete van ƒ 5.000,- opgelegd, te vervangen door 50 dagen hechtenis bij niet-betaling.
Voorts werden de inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder een prijslijst, geld, een weegschaal en een hash maker, verbeurd verklaard. De uitspraak benadrukt het belang van strafrechtelijke ondersteuning van het gemeentelijk beleid gericht op beperking van softdruggebruik.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een geldboete van ƒ 5.000,- wegens bezit en handel in softdrugs in een niet-gedoogde coffeeshop.