ECLI:NL:RBMID:2000:AA8439
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.M. ter Berg
- R.H. Holl
- E.P. Jansen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor poging zware mishandeling en diefstal water met gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Middelburg heeft op 8 november 2000 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging tot zware mishandeling en diefstal van water. De primaire tenlastelegging werd verworpen wegens onvoldoende bewijs, maar de subsidiaire poging tot zware mishandeling en de diefstal werden bewezen verklaard.
De feiten betreffen een steekincident waarbij verdachte met een stopmes het slachtoffer in de rug stak, waarbij de linkerlong werd geraakt. Ondanks dat het letsel niet levensbedreigend was, oordeelde de rechtbank dat sprake was van een poging tot zware mishandeling vanwege het opzet en de ernst van de handeling. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte water heeft weggenomen, waardoor de buurman financieel benadeeld werd.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder impulsief handelen in een emotionele situatie en het ontbreken van eerdere geweldsveroordelingen. De straf bestaat uit een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden van de reclassering om recidive te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, voor poging tot zware mishandeling en diefstal van water.