ECLI:NL:RBMID:2000:AA8891
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.M. ter Berg
- A. van Wamel
- N. van der Ploeg-Hogervorst
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair tenlastegelegde en veroordeling voor verkeersovertreding met boete
De rechtbank Middelburg behandelde op 6 december 2000 een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van onvoorzichtig rijgedrag en het veroorzaken van een botsing door uit te wijken naar de linker weghelft. De officier van justitie had een straf van 6 maanden gevangenisstraf met een proeftijd en ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd, evenals niet-ontvankelijkheid van schadevorderingen van benadeelden.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte primair en subsidiair de tenlastegelegde feiten had begaan. De verdediging stelde dat verdachte uitweek vanwege onzorgvuldig rijgedrag van een andere bestuurder, wat door getuigen werd bevestigd. Dit verweer werd gehonoreerd, waardoor verdachte van deze feiten werd vrijgesproken.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte een meer subsidiaire verkeersovertreding had begaan, namelijk het niet tijdig kunnen stoppen binnen de zichtafstand, in strijd met artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Verdachte werd hiervoor veroordeeld tot een geldboete van ƒ 750,-, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard wegens complexiteit en onvoldoende bewijs van causaliteit. De rechtbank legde geen kostenveroordeling op omdat verdachte geen kosten had gemaakt voor zijn verdediging. Hiermee werd de strafzaak afgerond met een vrijspraak voor de ernstiger tenlastegelegde feiten en een boete voor de minder ernstige overtreding.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde en veroordeeld tot een geldboete van ƒ 750,- voor een meer subsidiaire verkeersovertreding.