ECLI:NL:RBMID:2001:AB1227
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J.A. van Unnik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen weigering opheffing last onder dwangsom wegens te late indiening stukken
Eiser verzocht opheffing van een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele. Verweerder wees dit verzoek af omdat de stukken die de gemachtigde van eiser vlak voor de hoorzitting per fax aan verweerder zond, waaronder een verzetdagvaarding, niet binnen de wettelijke termijn van tien dagen voor de hoorzitting waren ingediend.
De rechtbank overwoog dat artikel 7:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van tien dagen stelt voor het indienen van stukken voorafgaand aan een hoorzitting, teneinde een deugdelijke voorbereiding mogelijk te maken. De gemachtigde van eiser had geen verontschuldiging of verzoek gedaan om de stukken als pleitnota te beschouwen, en de verzetdagvaarding kon niet zonder meer als pleitnota worden opgevat.
Hoewel er een verband bestaat tussen de invordering van de dwangsommen en het verzoek om opheffing van de last onder dwangsom, zijn de argumenten in beide procedures niet zonder meer uitwisselbaar. Het procesbelang van verweerder zou zijn geschaad indien de stukken tijdens de hoorzitting alsnog in behandeling waren genomen. Daarom was het besluit van verweerder om de stukken buiten beschouwing te laten redelijk en het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de last onder dwangsom is ongegrond verklaard.