ECLI:NL:RBMID:2001:AB1244
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J.A. van Unnik
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning voor permanente standplaatsen op kleinschalig kampeerterrein in strijd met Wet op de openluchtrecreatie
Eiser heeft een vergunning ontvangen voor het houden van een kampeerterrein met vijf permanente standplaatsen, terwijl de Wet op de openluchtrecreatie (Wor) onderscheid maakt tussen vergunningen voor reguliere kampeerterreinen en ontheffingen voor kleinschalig kamperen. De vergunning werd verleend door verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland.
Eiser maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de Wor geen beperkingen oplegt aan het aantal kampeermiddelen bij reguliere vergunningen en dat de vergunning en ontheffing niet aan elkaar gekoppeld kunnen worden. De rechtbank overwoog dat de Wor in artikel 8 onderscheid Pro maakt tussen vergunning en ontheffing, waarbij vergunningen meer voorwaarden kennen en bedoeld zijn voor reguliere terreinen, terwijl ontheffingen gelden voor kleinschalig kamperen met een maximum van tien kampeermiddelen, met een tijdelijke verhoging tot vijftien.
De rechtbank stelde vast dat de vergunning voor vijf permanente standplaatsen in strijd is met de Wor, omdat voor kleinschalig kamperen uitsluitend ontheffing kan worden verleend. Het gemeentelijk beleid dat maximaal vijftien kampeermiddelen toestaat, is ondergeschikt aan de wettelijke regeling. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen conform de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de vergunning voor vijf permanente standplaatsen wordt vernietigd.