ECLI:NL:RBMID:2001:AB2608
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord en veroordeling voor doodslag na zwaar geweld tegen huisgenoot
De rechtbank Middelburg heeft op 11 juli 2001 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die ervan werd verdacht zijn huisgenoot te hebben gedood. De officier van justitie vorderde vrijspraak van moord en veroordeling voor doodslag met een gevangenisstraf van acht jaar.
De rechtbank oordeelde dat het primair tenlastegelegde moord niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde, doodslag, had gepleegd door het slachtoffer met hard geweld te hebben toegebracht, wat leidde tot ernstige inwendige en uitwendige verwondingen en het overlijden.
Verdachte voerde diverse verweren aan, waaronder het ontbreken van een tolk, druk tijdens verhoren, niet goedgekeurde wijzigingen in verklaringen en het verzoek om een voorkeursadvocaat, maar deze werden door de rechtbank verworpen. Ook het verweer dat verdachte onder invloed van alcohol was en niet opzettelijk handelde, werd niet geaccepteerd.
Psychologisch en psychiatrisch onderzoek concludeerde dat verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar was, wat de strafbaarheid niet uitsloot. Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar op. Tevens werd verdachte veroordeeld tot schadevergoeding aan de erven van het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord, veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor doodslag en veroordeeld tot schadevergoeding aan nabestaanden.