ECLI:NL:RBMID:2001:AC0513
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op bijstand ondanks ontbreken schriftelijke machtiging bij spoedopname
De zaak betreft een geschil over de aanvraag van bijstand voor A, die ernstig ziek was en met spoed werd opgenomen in het ziekenhuis. Het ziekenhuis diende namens A een aanvraag in voor vergoeding van ziektekosten, maar zonder schriftelijke machtiging van A. Verweerder verklaarde het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een aanvraag.
De rechtbank overweegt dat hoewel in het algemeen instemming van de betrokkene vereist is bij een aanvraag, artikel 67, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) ook ambtshalve vaststelling van het recht op bijstand toestaat. Dit impliceert dat in bijzondere gevallen, zoals deze spoedopname, een aanvraag ook zonder schriftelijke machtiging kan worden gedaan.
De rechtbank concludeert dat het ziekenhuis namens A een aanvraag heeft gedaan en dat verweerder ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank ziet geen reden om verder in te gaan op andere bezwaren van verweerder.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten wegens ten onrechte niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar.