ECLI:NL:RBMID:2001:AD3609
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid dwangmedicatie bij psychiatrische patiënt met schizofrenie
Verzoekster, een patiënte met schizofrenie van het paranoïde type, verbleef in een psychiatrisch ziekenhuis en verzette zich tegen de toediening van dwangmedicatie. De rechtbank had eerder een voorlopige machtiging verleend voor haar verblijf vanwege het gevaar dat zij vormde voor zichzelf en anderen.
Tijdens de zitting werden verklaringen van de behandelend psychiater en verpleegkundige gehoord, die stelden dat dwangmedicatie noodzakelijk was om haar ernstige psychische achteruitgang en gevaarlijke gedragingen te keren. De rechtbank oordeelde dat ernstig gevaar ook ernstige psychische achteruitgang omvat en dat er geen minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren.
De rechtbank concludeerde dat de dwangmedicatie doelmatig was en dat de behandelend psychiater op goede gronden tot deze behandeling was overgegaan. De klacht van verzoekster werd ongegrond verklaard en haar verzoek tot vernietiging of schorsing van de beslissing afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht over dwangmedicatie ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de behandeling.