ECLI:NL:RBMID:2002:AD9243
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.M. ter Berg
- R.C.M. Reinarz
- C. Laukens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vervolging wegens gering verwijt verkeersongeval met dodelijk slachtoffer
Op 17 februari 2001 vond in de gemeente Middelburg een verkeersongeval plaats waarbij verdachte als bestuurder van een motorfiets betrokken was. Tijdens het rijden pakte verdachte zonder verkeersnoodzaak het been van de duopassagiere vast, waarna hij naar rechts uitweek en in de berm botste tegen een voorwerp, wat leidde tot het overlijden van de passagiere.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk strafvervolging, maar achtte dit later niet langer wenselijk gezien de geringe ernst van het verwijt, het verzoek van de nabestaanden om af te zien van vervolging en het belang van verdachte zelf. De rechtbank voerde een zelfstandige belangenafweging uit en concludeerde dat strafvervolging geen redelijk te respecteren openbaar belang dient.
De nabestaanden van het slachtoffer steunden het verzoek om niet verder te vervolgen, mede vanwege hun persoonlijke relatie met verdachte. Ook het belang van verdachte, die door het noodlottige ongeval diep getroffen is, werd meegewogen.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk in haar vervolging, waarmee de strafzaak werd beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van schuld of onschuld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte wegens het verkeersongeval.