ECLI:NL:RBMID:2002:AE2716

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
13 mei 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2522/2001
Instantie
Rechtbank Middelburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.J.M. Klarenbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Belemmeringenwet Privaatrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens ontbreken gedoogplicht onder Belemmeringenwet Privaatrecht

De Vereniging van Eigenaars Westerscheldeflat vorderde schadevergoeding van de Staat op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht voor het gebruik van haar grond en toegang ten behoeve van een zandlichaam. De Staat betwistte de vordering met het argument dat geen gedoogplicht was opgelegd zoals vereist onder de wet.

De rechtbank overwoog dat de Belemmeringenwet Privaatrecht niet van toepassing is indien geen gedoogplicht is opgelegd. De VvE kon geen bewijs leveren dat een dergelijke gedoogplicht was opgelegd. Tevens werd vastgesteld dat de voorgeschreven procedure onder de wet niet was gevolgd.

De rechtbank stelde vast dat de vordering niet op onrechtmatige daad was gebaseerd, wat een andere grondslag zou zijn geweest. Omdat de VvE expliciet geen onrechtmatige daad aanvoerde, werd de vordering afgewezen. De rechtbank veroordeelde de VvE tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de Staat.

Uitkomst: De vordering van de VvE Westerscheldeflat wordt afgewezen wegens het ontbreken van een gedoogplicht onder de Belemmeringenwet Privaatrecht.

Uitspraak

Vordering op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht
Deze wet is niet van toepassing, omdat geen gedoogplicht is opgelegd.
Geen ambtshalve interne verwijzing naar de sector civiel recht, aangezien de grondslag van onrechtmatige daad uitdrukkelijk niet is gewenst.
Rolnr: 01-2522
Uitspraak: 13 mei 2002
Rechtbank Middelburg
Sector kanton - zitting te Middelburg
V O N N I S
in de zaak van:
de vereniging
Vereniging van Eigenaars Westerscheldeflat,
gevestigd te Vlissingen,
eisende partij,
verder te noemen: VvE Westerscheldeflat,
gemachtigde: mr. A.H.J. Neels,
t e g e n :
de Staat der Nederlanden,
(Ministerie van Verkeer en Waterstaat),
gevestigd te Den Haag,
gedaagde partij,
verder te noemen: de Staat,
gemachtigde: mr. A.F.V. Pietersz,
rolgemachtigde: R. Duym.
het verloop van de procedure
De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 13 september 2001,
- herstelexploit van 12 oktober 2001,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
de beoordeling van de zaak
1. De VvE Westerscheldeflat heeft op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht de volgende schadevergoeding gevorderd:
vergoeding voor het gebruik van de aan VvE Westerscheldeflat toebehorende grond ten behoeve van het daarop aangebrachte zandlichaam, te weten de (kelder)ruimte van de zogenoemde hoge flat aan de Boulevard de Ruyter te Vlissingen en voor het gebruik van de toegang die leidt tot het zandlichaam en tot de binnenzijde van de zeewering,
een en ander met ingang van 1 januari 1974 te bepalen op ƒ 1.000,- per jaar voor het gebruik van de grond en ƒ 500,- voor het gebruik van de toegang, met wettelijke indexering , althans een in goede justitie te bepalen bedrag,
alsook vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad ƒ 5.950,- incl. BTW en de wettelijke rente vanaf 30 december 1996.
2. De Staat heeft deze vordering met diverse argumenten bestreden. Met juistheid heeft de Staat aangevoerd, dat hij aan VvE Westerscheldeflat geen gedoogplicht heeft opgelegd in de zin van art. 1 Belemmeringenwet Pro Privaatrecht. VvE Westerscheldeflat heeft weliswaar een brief overgelegd, die op 11 januari 2001 is geschreven namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, maar daarin valt geenszins te lezen dat aan VvE Westerscheldeflat een gedoogplicht in de zin van art. 1 Belemmeringenwet Pro Privaatrecht is opgelegd. Niet weersproken is dat de ingevolge de Belemmeringenwet Privaatrecht voorgeschreven procedure niet is gevolgd.
3. Het is van tweeën één: ofwel VvE Westerscheldeflat maakt op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht aanspraak op schadevergoeding wegens een rechtmatige overheidsdaad, ofwel VvE Westerscheldeflat maakt aanspraak op schadevergoeding wegens een onrechtmatige overheidsdaad. In het eerste geval wordt de vordering beoordeeld door de kantonrechter en in het tweede geval - gelet op de hoogte van de vordering - door de sector civiel recht. De Staat heeft de laatste mogelijkheid bij antwoord genoemd, maar VvE Westerscheldeflat heeft bij repliek punt 10. betwist dat haar vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad.
4. Hierbij zij opgemerkt dat onrechtmatig handelen van de Staat ook daarin zou kunnen bestaan dat hij zonder het opleggen van een gedoogplicht niet gebruik mag maken van de grond en de toegang van VvE Westerscheldeflat, als door haar gesteld. Een vordering op deze grondslag wordt niet beoordeeld op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht. Een vordering op deze grondslag is niet ingesteld.
5. De vordering van VvE Westerscheldeflat moet worden afgewezen, omdat de Belemmeringenwet Privaatrecht niet van toepassing is, nu een gedoogplicht in de zin van die wet niet is opgelegd. Er is geen aanleiding om de zaak (ambtshalve) intern te verwijzen naar de sector civiel recht, aangezien VvE Westerscheldeflat onrechtmatige overheidsdaad uitdrukkelijk niet aan haar vordering ten grondslag wenst te leggen.
DE BESLISSING
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt VvE Westerscheldeflat in de kosten van het geding, gevallen aan de zijde van de Staat en tot op heden begroot op € 650,- wegens salaris van de gemachtigde van de Staat;
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgespro-ken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.