ECLI:NL:RBMID:2002:AE6392
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geschil over bijzetting urn met as van overleden minderjarige tussen vader en familie moeder
In deze familierechtelijke zaak vordert de vader van een overleden minderjarige dat de urn met de as van zijn dochter aan hem wordt overgedragen, zodat hij deze kan bijzetten op een begraafplaats in zijn woonplaats. De moeder van het kind en de dochter overleden samen bij een verkeersongeval en zijn gecremeerd. De urnen zijn in bezit van een besloten vennootschap.
De vader stelt dat hij als erfgenaam recht heeft op de as, terwijl de familie van de moeder zich beroept op hun nauwe band met het kind en de wens dat de as bij de moeder wordt bijgezet. De rechtbank oordeelt dat de as geen onderdeel uitmaakt van de nalatenschap en dat de Wet op de Lijkbezorging bepaalt dat de lijkbezorging moet plaatsvinden overeenkomstig de wens of vermoedelijke wens van de overledene.
Gezien de nauwe band tussen het kind en haar moeder acht de rechtbank aannemelijk dat de laatste wens was niet gescheiden te worden van haar moeder. Daarom wijst de voorzieningenrechter de vordering van de vader af en compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van de vader tot afgifte van de urn met as van zijn dochter wordt afgewezen.