ECLI:NL:RBMID:2003:AF7131
Rechtbank Middelburg
- Voorlopige voorziening
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende zorgvuldige besluitvorming
Verzoeker viel op 25 maart 2002 uit wegens depressieve klachten en ontving een Ziektewetuitkering na beëindiging van zijn dienstverband per 11 augustus 2002. Verweerder beëindigde bij besluit van 12 december 2002 de uitkering met ingang van 6 januari 2003, stellende dat verzoeker niet langer arbeidsongeschikt was. Verzoeker betwistte dit en stelde dat de beoordeling onzorgvuldig was, omdat niet was onderzocht of hij zijn laatstelijk verrichte arbeid, waaronder het besturen van een heftruck en bedienen van machines, kon verrichten gezien zijn medicijngebruik en psychische toestand.
De verzekeringsarts had zich bij zijn oordeel beperkt tot de functie 'produktiemedewerker' zonder de specifieke werkzaamheden te onderzoeken. Ook was onduidelijkheid over een WAO-aanvraag. De voorzieningenrechter oordeelde dat de voorbereiding onvoldoende zorgvuldig was en dat het besluit waarschijnlijk niet in stand zou blijven bij bezwaar. Daarom werd het besluit geschorst en de uitkering hervat zolang daarop recht bestaat.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarmee toegewezen, waarbij het oordeel voorlopig en niet bindend is voor de bodemprocedure.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering is geschorst en de uitkering wordt hervat zolang daar recht op bestaat.