ECLI:NL:RBMID:2003:AL9046

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
15 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
12/000032-03
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • mr. [naam]
  • mrs. [naam]
  • [naam]
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 151 SrArt. 289 SrArt. 47 lid 1 SrArt. 48 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs moord en lijkverbergen

De rechtbank Middelburg behandelde op 15 oktober 2003 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van moord op een persoon in december 2002 en van het verbergen van het lijk van het slachtoffer. De tenlastelegging omvatte moord met voorbedachten rade, medeplegen, uitlokking en het verbergen van het lijk met het oogmerk het feit en de doodsoorzaak te verhullen.

Tijdens de terechtzitting van 2 oktober 2003 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging. De officier van justitie had gevorderd dat verdachte vrijgesproken zou worden van de tenlasteleggingen. De rechtbank heeft vervolgens het bewijs onderzocht en geconcludeerd dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.

De rechtbank heeft daarom besloten verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten, waaronder moord en het verbergen van het lijk. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de raadsman van verdachte en de griffier. De vrijspraak volgt uit het ontbreken van voldoende bewijs om de schuld van verdachte aan te tonen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van moord en lijkverbergen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG
Sector strafrecht
meervoudige kamer
Parketnummer: 12/000032-03
Datum uitspraak: 15 oktober 2003
Tegenspraak
------------------------------------------------
Datum inverzekeringstelling: 22 juli 2003
Datum voorlopige hechtenis: 25 juli 2003
------------------------------------------------
V O N N I S
van de rechtbank Middelburg, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaak tegen:
[verdachte]I,
geboren op [geboortedatum/plaats],
wonende [plaats],
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Huis van Bewaring Huis van Bewaring Grave te grave
ter terechtzitting verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. Y. özdemir, advocaat '-Gravenhage.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
2 oktober 2003.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. [naam] en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair,
1 subsidiair en 2 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging luidt als volgt.
Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:
1.
dat hij op of omstreeks 21 en/of 22 december 2002,
in de gemeente 's-Gravenhage, in elk geval in het arrondissement
's-Gravenhage, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, te Bruinisse, in elk
geval in Nederland,
tesamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon,
genaamd (althans zich noemende[naam slachtoffer]] van het leven heeft beroofd,
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk en na kalm
beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, met een vuurwapen (meermalen)
op die [slachtoffer] geschoten, tengevolge van welke handeling(en), althans enige
handeling(en) door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) gepleegd, die
[slachtoffer] is overleden;
art 289 Wetboek Pro van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht
kunnen volgen, terzake dat
dat [medeverdachte] op of omstreeks 21 en/of 22 december 2002,
in de gemeente 's-Gravenhage, in elk geval in het arrondissement
's-Gravenhage, althans in de gemeente Schouwen-Duiveland, te Bruinisse, in elk
geval in Nederland,
tesamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon,
genaamd (althans zich noemende[naam slachtoffer]] van het leven heeft beroofd,
immers heeft/hebben die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) opzettelijk
en na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen (meer)malen op die
[slachtoffer] geschoten, tengevolge van welke handeling(en), althans van enige
handeling(en) door [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) gepleegd, die
[slachtoffer] is overleden,
welk feit hij, verdachte, op of omstreeks 21 en/of 22 december 2002, in de
gemeente 's-Gravenhage, en/of (in elk geval) (elders) in Nederland,
opzettelijk door misbruik van gezag, giften, beloften, geweld, bedreiging of
misleiding, en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen,
heeft uitgelokt,
door die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) een afspraak te laten maken
met [naam slachtoffer] (bij het HTM-gebouw) en/of een vuurwapen te verstrekken,
en/of bescherming te bieden en/of door die [medeverdachte] en/of zijn
mededader(s) te dreigen 'dat hij er geweest zou zijn als hij het niet zou
doen" (althans te dreigen met een soortgelijk dreigement),
en/althans
bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 21 en/of 22
december 2002, in de gemeente 's-Gravenhage, en/of (in elk geval) (elders) in
Nederland,
opzettelijk behulpzaam is geweest, en/of
tot het plegen van welk misdrijf hij op of omstreeks vermelde tijdstip(pen)
aldaar opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft
door die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) een vuurwapen te verstrekken;
art 289 Wetboek Pro van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 48 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
2.
dat hij op of omstreeks 21 en/of 22 december 2002,
in de gemeente schouwen-Duiveland, te Bruinisse, en/of in de gemeente
's-Gravenhage, en/althans (in elk geval) (elders) in Nederland,
tesamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
een lijk, te weten het lijk van een mand, in leven genaamd (althans zich
noemende[naam slachtoffer]]
heeft verborgen en/of weggevoerd en/of weggemaakt,
met het oogmerk om het feit, te weten het overlijden van die [slachtoffer], en/of
de oorzaak van het overlijden van die [slachtoffer], te verhelen;
art 151 Wetboek Pro van Strafrecht
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 is tenlastegelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
DE BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Zij verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. [naam], voorzitter,
mrs. [naam] en [naam] rechters,
in tegenwoordigheid van [naam] als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 oktober 2003.