ECLI:NL:RBMID:2003:AL9046
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- mr. [naam]
- mrs. [naam]
- [naam]
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs moord en lijkverbergen
De rechtbank Middelburg behandelde op 15 oktober 2003 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van moord op een persoon in december 2002 en van het verbergen van het lijk van het slachtoffer. De tenlastelegging omvatte moord met voorbedachten rade, medeplegen, uitlokking en het verbergen van het lijk met het oogmerk het feit en de doodsoorzaak te verhullen.
Tijdens de terechtzitting van 2 oktober 2003 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging. De officier van justitie had gevorderd dat verdachte vrijgesproken zou worden van de tenlasteleggingen. De rechtbank heeft vervolgens het bewijs onderzocht en geconcludeerd dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.
De rechtbank heeft daarom besloten verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten, waaronder moord en het verbergen van het lijk. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de raadsman van verdachte en de griffier. De vrijspraak volgt uit het ontbreken van voldoende bewijs om de schuld van verdachte aan te tonen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van moord en lijkverbergen.