ECLI:NL:RBMID:2003:AO0880
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijs en causale relatie tweede dystrofie na verkeersongeval betwist in civiele procedure
Eiser is slachtoffer van een verkeersongeval in 1994 waarbij hij een posttraumatische dystrofie (PTD) in zijn linkerarm ontwikkelde met 54% invaliditeit. Vier jaar later ontstond een tweede dystrofie in zijn rechterarm, die niet direct door het ongeval verklaard kan worden. Eiser vordert vergoeding van schade en stelt dat ook de tweede dystrofie een gevolg is van het ongeval. De verzekeraar ZLM betwist het causaal verband en wijst op preëxistente aandoeningen van eiser die ook tot arbeidsongeschiktheid zouden leiden.
De rechtbank analyseert medische rapporten van deskundigen en concludeert dat het causaal verband tussen het ongeval en de tweede dystrofie niet als gegeven kan worden beschouwd vanwege de geringe kans en de aanwezigheid van andere risicofactoren. Eiser draagt daarom de bewijslast voor zijn stelling. De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid deskundigen te benoemen om de kwestie nader te onderzoeken.
Daarnaast is er een geschil tussen ARAG en ZLM over vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De rechtbank wijst de vordering van ARAG tot betaling van een lumpsumbedrag toe, maar wijst verdere vorderingen af. Het vonnis wordt aangehouden voor verdere behandeling en er staat hoger beroep open.
Uitkomst: Vordering tot betaling van lumpsum aan ARAG toegewezen, bewijs omtrent causale relatie tweede dystrofie aangehouden voor nader deskundigenonderzoek.