ECLI:NL:RBMID:2003:AO2761
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beëindiging management- en ontwikkelovereenkomst tussen Nederlands en Belgisch bedrijf
Partijen, een Nederlandse BV en een Belgische SA, sloten een management- en ontwikkelovereenkomst waarbij de Nederlandse partij werkzaamheden verrichtte tegen een vaste maandelijkse vergoeding van €95.000. De Belgische partij weigerde vanaf medio oktober 2003 toegang tot haar gebouwen en stelde de overeenkomst te hebben beëindigd met een opzegtermijn van drie maanden.
De Belgische partij voerde nietigheid van de overeenkomst aan vanwege de betrokkenheid van een persoon bij beide vennootschappen en stelde dat de Belgische rechter bevoegd was. De Nederlandse partij betwistte dit en stelde dat de overeenkomst rechtsgeldig was en dat de Nederlandse rechter bevoegd was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de betrokkenheid van één persoon bij beide vennootschappen niet leidt tot nietigheid, mede omdat beide partijen op de hoogte waren van deze dubbelrol en de overeenkomst geruime tijd werd uitgevoerd. De Nederlandse rechter is bevoegd conform de overeenkomst.
Verder werd vastgesteld dat partijen niet meer met elkaar konden samenwerken en dat een redelijke opzegtermijn drie maanden bedroeg. De Belgische partij werd veroordeeld tot betaling van de maandelijkse vergoeding over oktober 2003 tot en met januari 2004. De vordering tot toegang tot de gebouwen en dwangsommen werden afgewezen. De Belgische partij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Sobelair is veroordeeld tot betaling van de maandelijkse vergoeding over oktober 2003 tot en met januari 2004 met een redelijke opzegtermijn van drie maanden.