ECLI:NL:RBMID:2003:AO3303
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J.A. van Unnik
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit Minister over vergoeding medische kosten na dienstongeval
Eiser liep in 1993 een dienstongeval op met blijvende letselschade, waaronder whiplash en hersenletsel, waardoor hij arbeidsongeschikt werd. Hij onderging diverse medische behandelingen, waaronder langdurige zorg in een Zwitserse kliniek in 1999. De Minister weigerde vergoeding van kosten voor deze behandeling omdat geen voorafgaande medische indicatie was overlegd, zoals vereist volgens beleidsregels.
Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, stellende dat wel degelijk een medische indicatie bestond. De rechtbank oordeelt dat de Minister bevoegd is om beleidsregels te stellen over de wijze van vergoeding, maar niet om de wettelijke aanspraak op vergoeding afhankelijk te maken van een voorafgaande beoordeling. De medische noodzaak kan ook achteraf worden beoordeeld.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het begrip 'medische indicatie' door de Minister niet consistent is gehanteerd en dat eiser in redelijkheid mocht vertrouwen op eerdere uitleg. Ook wordt geoordeeld dat de Minister niet heeft beslist op bezwaren tegen de verlaging van de reiskostenvergoeding, waardoor het besluit op dat punt eveneens niet in stand kan blijven.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de Minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit van de Minister wordt vernietigd en de Minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.