ECLI:NL:RBMID:2003:AO5349
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rangregeling en voorrecht bij verkoop schip en geleverde verf onder eigendomsvoorbehoud
In deze zaak stond de rangregeling na de verkoop van het schip Simona centraal. Sigma Coatings leverde verf aan boord van het schip en vorderde betaling met een voorrecht op grond van eigendomsvoorbehoud en artikel 581 Rv Pro. De bank had een hypotheekrecht op het schip en ontkende het voorrecht van Sigma.
De rechtbank stelde vast dat de verf niet als scheepstoebehoren kon worden aangemerkt volgens Nederlands recht, waardoor het voorrecht van Sigma niet van toepassing was. De vraag hoe dit volgens Liberiaans recht moest worden beoordeeld bleef onbesproken. Daarnaast stelde Sigma onrechtmatig handelen van de bank aan de orde, omdat de bank had meegewerkt aan een herfinanciering en veiling die andere crediteuren benadeelden.
De rechtbank overwoog dat de beoordeling van onrechtmatigheid en het eventuele verlies van het hypotheekvoorrecht door de bank moest plaatsvinden aan de hand van het recht van de plaats waar de onrechtmatige daad plaatsvond, hier Noorwegen. Nadere inlichtingen over het Noorse recht werden verlangd, waarna de zaak werd aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten.
De rechtbank bepaalde dat de kosten van beslag en het salaris van de procureur als kosten van de gerechtelijke rangregeling bevoorrecht zijn, en dat het gebruikelijk is om voor niet-batig gerangschikte crediteuren een bedrag toe te kennen van één punt van tarief II van het liquidatietarief.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere inlichtingen over het Noorse recht en erkent beslagkosten en procureurssalaris als bevoorrechte kosten.