ECLI:NL:RBMID:2004:AO2757
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.J.R.P. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor immateriële en materiële schade na seksueel misbruik
Eiser vordert schadevergoeding van gedaagde wegens seksueel misbruik gepleegd toen eiser tussen 12 en 14 jaar oud was. Gedaagde was reeds strafrechtelijk veroordeeld voor ontuchtige handelingen jegens eiser. Eiser stelt aanzienlijke psychische schade te hebben geleden, zijn opleiding niet te hebben kunnen afronden en vordert vergoeding van immateriële en materiële schade, waaronder kosten van hulpverlening.
Gedaagde betwist de feiten en de hoogte van de schade, stelt dat eiser niet onder medische behandeling staat en betwist de kosten van hulpverlening en buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank stelt vast dat de bewezenverklaarde feiten onomstreden zijn en dat gedaagde aansprakelijk is voor de schade.
De rechtbank acht het causaal verband tussen het misbruik en het niet voltooien van de opleiding aannemelijk en wijst de materiële schade toe op basis van de gespecificeerde factuur van de hulpverleningsinstantie. Ook kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van € 5.500,- wegens de psychische gevolgen van het misbruik.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat drie sommatiebrieven als voldoende worden beschouwd. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 1 februari 1991 voor immateriële schade en vanaf de dag van dagvaarding voor materiële schade. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van materiële en immateriële schadevergoeding met wettelijke rente en proceskosten.