ECLI:NL:RBMID:2004:AR5168
Rechtbank Middelburg
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing erfdienstbaarheid wegens ontbreken onvoorziene omstandigheden
Geopposeerde vorderde opheffing van een erfdienstbaarheid die betrekking heeft op een dakconstructie die al ruim 30 jaar bestaat en die aanleunt tegen zijn zijgevel. Hij stelde dat de voegen in de muur door vocht waren aangetast, waardoor onvoorziene omstandigheden zouden zijn ontstaan die opheffing rechtvaardigen.
Opposante voerde verweer en stelde dat zij de bergruimte nog steeds in gebruik heeft en dat de dagvaarding nietig zou moeten worden verklaard wegens een formeel gebrek. De rechtbank oordeelde dat het gebrek in de dagvaarding niet tot nietigheid leidt omdat opposante tijdig verzet had aangetekend en niet onredelijk was benadeeld.
De rechtbank overwoog dat de vochtproblemen zich pas de laatste twee jaar voordeden, terwijl de constructie al meer dan 30 jaar bestond, waardoor geen sprake is van onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 5:78 BW Pro. Ook was niet aannemelijk dat het voortbestaan van de erfdienstbaarheid in strijd is met het algemeen belang. Omdat opposante de bergruimte nog gebruikt, heeft zij een redelijk belang bij de erfdienstbaarheid, zodat ook artikel 5:79 BW Pro niet van toepassing is.
De rechtbank vernietigde het eerdere verstekvonnis en wees de vordering van geopposeerde af, met veroordeling van hem in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opheffing van de erfdienstbaarheid af en veroordeelt geopposeerde in de proceskosten.