ECLI:NL:RBMID:2004:AR8243
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering bankgarantie door derde-beslagene bij derdenbeslag op opgeslagen goederen
Cargill had conservatoir derdenbeslag gelegd op vruchtenconcentraten van Parmalat die bij Kloosterboer waren opgeslagen. Kloosterboer stelde een pandrecht te hebben op deze goederen en had een deel ervan onderhands verkocht zonder Cargill tijdig te informeren, wat Cargill onrechtmatig vond. Cargill vorderde dat Kloosterboer een bankgarantie zou stellen ter hoogte van de waarde van de beslagen goederen.
De voorzieningenrechter ging ervan uit dat Kloosterboer terecht een pandrecht had en dat zij onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig te melden en te informeren over de verkoop. Echter, dit rechtvaardigde niet het opleggen van een bankgarantie, omdat dit Cargill in een betere positie zou brengen dan zij zonder het pandrecht zou hebben. Bovendien was de kans op voldoening van Cargills vordering tegen Parmalat klein vanwege diens financiële problemen.
De rechter oordeelde dat Kloosterboer wel schadeplichtig kan zijn bij onrechtmatig handelen, maar niet het risico van oninbaarheid van de vordering hoeft te dragen door middel van een bankgarantie. De vordering van Cargill werd daarom afgewezen en Cargill werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Cargill tot het stellen van een bankgarantie door Kloosterboer wordt afgewezen.