ECLI:NL:RBMID:2004:AS7753
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WW-uitkering wegens onjuiste toepassing cyclisch arbeidspatroon
Eiseres werkte van april tot oktober 2003 op basis van een tijdelijk contract in een hotel dat in de wintermaanden gesloten is. Na het einde van het contract weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) haar een WW-uitkering toe te kennen, omdat volgens UWV sprake was van een cyclisch arbeidspatroon zonder verlies van arbeidsuren.
Eiseres stelde dat haar arbeid seizoenmatig was vanwege de winterse sluiting van het hotel en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat twee collega’s wel een WW-uitkering kregen. UWV betoogde dat de sluiting bedrijfseconomisch was en dat het bij de collega’s ging om herleving van oude WW-rechten, waardoor geen sprake was van gelijke gevallen.
De rechtbank oordeelde dat het cyclisch arbeidspatroon van toepassing was en dat er geen sprake was van seizoenarbeid omdat de sluiting niet direct door klimatologische omstandigheden werd veroorzaakt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het geen gelijke gevallen betrof. Wel concludeerde de rechtbank dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat UWV niet op dit beroep had gereageerd.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand omdat UWV inhoudelijk terecht tot handhaving had besloten. Het griffierecht werd aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.