ECLI:NL:RBMID:2004:AS7859
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen schorsing WW-uitkering bij nul-urencontract zonder onduidelijkheid arbeidsomvang
Eiseres ontving sinds februari 2003 een WW-uitkering gebaseerd op 38 uur per week. Vanaf juli 2003 werkte zij als oproepkracht op basis van een nul-urencontract bij een stichting. Verweerder schortte de uitkering op en betaalde een voorschot uit, omdat onduidelijkheid zou bestaan over de arbeidsomvang en eiseres het rechtsvermoeden daarvan niet had ingeroepen.
Eiseres stelde dat er geen onduidelijkheid was over de aard en omvang van de arbeidsrelatie, omdat het contract duidelijk was en het rechtsvermoeden niet functioneel was gezien de toepasselijke CAO. Verweerder betwistte dit en stelde dat het niet inroepen van het rechtsvermoeden een benadelingshandeling vormde.
De rechtbank oordeelde dat bij een nul-urencontract, waarbij de arbeidsduur per oproep minimaal drie uur bedroeg en het contract een jaar liep, geen onduidelijkheid bestond over de arbeidsrelatie. Daarom kon van eiseres niet worden verlangd het rechtsvermoeden in te roepen, en was er geen sprake van benadeling. De schorsing van de uitkering was daarmee onrechtmatig.
Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van de WW-uitkering wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.