ECLI:NL:RBMID:2005:AS7293
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid ambtenaar zonder voldoende grondslag en zonder zienswijzenprocedure
Eiser, sinds 1986 in dienst bij de provincie Zeeland, werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn functie als beleidsvoorlichter. Verweerder baseerde het ontslag op een mondeling advies van de bedrijfsarts en een periode van functioneren, ziekte en reïntegratie. Eiser betwistte de ongeschiktheid en stelde dat er sprake was van een wederzijdse beëindigingsregeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het ontslagbesluit niet kon baseren op voldoende feiten en dat de procedurele vereiste van artikel 4:8 Awb Pro werd geschonden doordat eiser niet in de gelegenheid werd gesteld zijn zienswijze te geven. Uit de functioneringsgesprekken en reïntegratieverslagen bleek onvoldoende bewijs voor ongeschiktheid. De rechtbank concludeerde dat verweerder niet bevoegd was het ontslag te verlenen.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt vernietigd wegens onvoldoende grondslag en schending van de Awb-procedure.