ECLI:NL:RBMID:2005:AS7304

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
12 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/430
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:1 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Mededeling over ongedekte fte is geen besluit in de zin van de Awb

Eiseres stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat waarin werd meegedeeld dat haar functie als medewerker beleidsondersteuning/specialist een ongedekte fte betrof. De kern van het geschil was of deze mededeling een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormde, dat rechtsgevolgen heeft en waartegen bezwaar mogelijk is.

De minister stelde dat het ging om een feitelijke mededeling zonder direct rechtsgevolg, omdat de rechtspositie van eiseres niet was gewijzigd door de brief. Pas bij een eventuele toekomstige aanwijzing als herplaatsingskandidaat zou sprake zijn van rechtsgevolg, maar die aanwijzing was volgens de minister niet meer aan de orde.

De rechtbank oordeelde dat de mededeling geen rechtsgevolg had en dus geen besluit was in de zin van de Awb. Het bezwaar van eiseres was daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat de mededeling geen besluit is in de zin van de Awb.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG
sector bestuursrecht
enkelvoudige kamer
____________________________________________________
UITSPRAAK
____________________________________________________
Reg.nr.: Awb 04/430
Inzake: [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
gemachtigde: mr. J.A. Platteeuw, advocaat te Middelburg,
tegen: de minister van Verkeer en Waterstaat, verweerder,
gemachtigde: mr. E.J. de Lange-Bekker, advocaat in dienstbetrekking bij verweerder.
I. Procesverloop.
Namens eiseres is beroep ingesteld tegen een op bezwaar genomen besluit van 17 mei 2004 van verweerder (het bestreden besluit).
Het beroep is op 1 november 2004 behandeld ter zitting. Eiseres is daar in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door P.A. Bieleveld en S.J. de Groot, beiden werkzaam bij Rijkswaterstaat Zeeland.
II. Overwegingen.
1. Verweerder heeft bij brief van 25 maart 2004 aan eiseres meegedeeld dat als gevolg van geldgebrek de door haar bezette formatieplaats van medewerker beleidsondersteuning/specialist een zogenaamde “ongedekte fte” betreft. Het bezwaar van eiseres hiertegen is bij het bestreden besluit kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
2. Tussen partijen is in geschil of de mededeling bij brief van 25 maart 2004 op rechtsgevolg is gericht.
3. Verweerder heeft aangevoerd dat het gaat om een mededeling van feitelijke aard. Het gevolg van de aanwijzing als “ongedekte fte” is dat de functie in de toekomst komt te vervallen. Er is geen direct treffend, actueel belang, want de rechtspositie van eiseres is door de mededeling niet veranderd. Dit wordt pas anders als zij in de toekomst als herplaatsingskandidaat wordt aangewezen. Bij gebreke van rechtsgevolg is er geen sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het is volgens verweerder ook geen met een besluit gelijk te stellen handeling in de zin van artikel 8:1, tweede lid, van de Awb. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat het aanwijzen als herplaatsingskandidaat, zo het zich laat aanzien, in het kader van de “ongedekte fte”-kwestie niet meer zal gebeuren. In die zin zijn de gevolgen van de ongedekt verklaring anders geworden.
4. Eiseres heeft gesteld dat het rechtsgevolg van de aanwijzing als “ongedekte fte” is dat zij te zijner tijd als herplaatsingskandidaat zal worden aangemerkt. Gelet op dit rechtsgevolg is sprake van een besluit in de zin van de Awb waartegen bezwaar open staat.
5. De rechtbank overweegt het volgende.
6. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb luidt:
Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Uit de toelichting bij het artikel blijkt dat met het begrip rechtshandeling een handeling gericht op rechtsgevolg wordt bedoeld.
7. Naar het oordeel van de rechtbank is de rechtspositie van eiseres als gevolg van de mededeling van 25 maart 2004 niet gewijzigd. Het eventueel te zijner tijd aanwijzen als herplaatsingskandidaat kan niet als rechtsgevolg worden aangemerkt. Er is derhalve geen sprake van een besluit in de zin van de Awb.
8. De conclusie is dat verweerder het bezwaar van eiseres op goede gronden kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het bestreden besluit houdt in rechte stand en het beroep zal ongegrond worden verklaard.
III. Uitspraak.
De Rechtbank Middelburg
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2005 door mr. G.H. Nomes, in tegenwoordigheid van mr. M.K. Mol - Enklaar, griffier.
Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.
Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.