ECLI:NL:RBMID:2005:AS7863
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering huursubsidie wegens onbevoegdheid en overschrijding redelijke termijn
Eiser had huursubsidie aangevraagd voor de periode 1 juli 1998 tot 1 juli 1999, welke aanvankelijk werd toegekend. Na controle bleek het belastbaar inkomen hoger dan opgegeven, waarna de subsidie werd teruggevorderd en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser stelde dat het besluit onbevoegd was genomen vanwege een onverbindende ondermandaatregeling en dat de redelijke termijn was overschreden.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit inderdaad onbevoegd was genomen, omdat de Regeling ondermandaat DGVH onverbindend is verklaard door de Afdeling bestuursrechtspraak. Tevens oordeelde de rechtbank dat de procedure in bezwaar ruim 16 maanden duurde, wat een overschrijding van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro inhoudt. Dit leidde tot vernietiging van het besluit.
Inhoudelijk verwierp de rechtbank het standpunt van verweerder dat de woonkostentoeslag op grond van de vangnetregeling de toepassing van de hardheidsclausule uitsloot, omdat de toeslag op grond van de Algemene bijstandswet was toegekend. Hierdoor was het besluit ook niet goed voorbereid en strijdig met artikel 3:2 Awb Pro. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en droeg op een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van huursubsidie is vernietigd wegens onbevoegdheid en overschrijding van de redelijke termijn.