ECLI:NL:RBMID:2005:AU9093
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Nomes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding na bezwaar tegen afwijzing vervoerspas collectief vervoer
Eiser vroeg een vervoerspas aan voor collectief vervoer via Connexxion Taxi Services, welke werd afgewezen. Na bezwaar en een klacht bij de Zeeuwse Ombudsman werd het bezwaar uiteindelijk gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Eiser vond deze vergoeding te laag en vorderde een hogere vergoeding en schadevergoeding wegens het geleden ongemak.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het besluit van 20 januari 2005, waarin verweerder weigerde te beslissen op het bezwaar, niet-ontvankelijk was omdat verweerder later alsnog op het bezwaar had beslist. Het beroep werd geacht mede tegen het latere besluit gericht te zijn. De rechtbank bevestigde dat de proceskostenvergoeding van €644,- juist was vastgesteld, omdat verweerder terecht twee proceshandelingen had meegeteld en de zaak als gemiddeld van zwaarte had beoordeeld.
De rechtbank wees het verzoek om een hogere vergoeding en schadevergoeding af, omdat er onvoldoende bijzondere omstandigheden waren om van het standaardtarief af te wijken. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van €166,- aan eiser voor de kosten van het instellen van het beroep bij de rechtbank, aangezien dit begrijpelijk was na de weigering om te beslissen op het bezwaar.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-beslissingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en de proceskostenvergoeding van €644,- is bevestigd, met een aanvullende vergoeding van €166,- voor het instellen van het beroep.