ECLI:NL:RBMID:2005:AZ5267
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij geschil over verpande vordering en internationale rechtsmacht
In deze civiele zaak vordert Euromaritime Holland B.V. betaling van een vordering die zij van Puister Maritiem B.V. zou hebben verkregen via verpanding. De tegenpartij, woonachtig in Frankrijk, betwist de internationale rechtsmacht van de Nederlandse rechtbank Middelburg op grond van de EEX-verordening 44/2001.
Euromaritime stelt zich primair op het standpunt dat de rechtbank bevoegd is op grond van artikel 5 lid 1 van Pro de verordening, omdat er een verbintenis uit overeenkomst zou bestaan. De rechtbank oordeelt echter dat de verpanding slechts inningstoestemming geeft en geen contractuele relatie tussen Euromaritime en de tegenpartij creëert. Daarmee faalt het primaire beroep op artikel 5 lid Pro 1.
Subsidiair beroept Euromaritime zich op onrechtmatige daad (artikel 5 lid Pro 3), maar de rechtbank gaat hier niet op inhoudelijk in omdat eerst de primaire grondslag moet worden beoordeeld. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het geschil en wijst de eiswijziging toe. Euromaritime wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het geschil wegens gebrek aan internationale rechtsmacht.