ECLI:NL:RBMID:2005:AZ5281
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid leverancier voor brandwonden door gebrekkige betonmortel zonder voldoende waarschuwing
Eiser bestelde in juli 2002 betonmortel bij VTO voor verharding van zijn erf en liep bij verwerking chemische brandwonden aan knieën en onderbenen op. Hij stelde VTO aansprakelijk op grond van artikel 6:185 BW Pro wegens het leveren van een gebrekkig product en onvoldoende waarschuwing voor het alkalische en irriterende karakter van het beton.
VTO voerde verweer dat de betonmortel deugdelijk was, dat de irritatie inherent en bekend was, dat eiser onvoldoende beschermende kleding droeg en dat zij had voldaan aan haar waarschuwingsplicht via een vermelding op de vrachtbon. Tevens stelde VTO dat algemene verkoopvoorwaarden met uitsluiting van aansprakelijkheid van toepassing waren.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen professioneel gebruiker was en dat de enkele vermelding "irriterend" op de vrachtbon onvoldoende was om eiser te waarschuwen voor het noodzakelijke gebruik van beschermende kleding. De betonmortel was gebrekkig in de zin van artikel 6:186 BW Pro en het causaal verband met het letsel was vastgesteld. Het beroep op eigen schuld en toepasselijkheid van algemene voorwaarden werd verworpen.
De rechtbank wees materiële schade af omdat deze niet onder productaansprakelijkheid viel, maar kende smartengeld toe van €5.000 wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, blijvende gevoeligheid en ontsiering. VTO werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente vanaf 13 juli 2002 en tot vergoeding van de proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: VTO is aansprakelijk voor brandwonden door gebrekkige betonmortel en moet €5.000 smartengeld met rente en proceskosten betalen.