ECLI:NL:RBMID:2005:AZ5298
Rechtbank Middelburg
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Opheffing erfdienstbaarheid wegens ontbreken redelijk belang na nieuwe uitweg
Eisers vorderen de opheffing van een erfdienstbaarheid van uitweg die ten laste van hun perceel is gevestigd ten gunste van gedaagden. De erfdienstbaarheid is oorspronkelijk ingesteld omdat gedaagden geen eigen uitweg had naar de openbare weg. Inmiddels beschikt gedaagden over een nieuwe, volwaardige uitweg naar de openbare weg, slechts enkele tientallen meters verwijderd van de oorspronkelijke uitweg.
Eisers stellen dat gedaagden daardoor geen redelijk belang meer heeft bij de erfdienstbaarheid en dat het gebruik van de oude uitweg slechts een gering gebruiksgemak oplevert. Gedaagden betwist dit en voert aan dat de uitweg dagelijks wordt gebruikt, onder meer door zijn kinderen om de bushalte te bereiken, en dat hij een pad wil aanleggen om makkelijker vooruit te kunnen rijden.
De rechtbank overweegt dat het oorspronkelijke belang van de erfdienstbaarheid is komen te vervallen door de nieuwe uitweg en dat het geringe gebruiksgemak onvoldoende is om het redelijk belang te handhaven. Er is ook geen aannemelijk bewijs dat het redelijk belang zal terugkeren. Daarom wordt de vordering tot opheffing van de erfdienstbaarheid toegewezen, met een matiging van de gevorderde dwangsom en veroordeling van gedaagden in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank heft de erfdienstbaarheid op wegens ontbreken van redelijk belang en veroordeelt gedaagden mee te werken aan doorhaling met dwangsom en kostenveroordeling.