ECLI:NL:RBMID:2006:AV2333
Rechtbank Middelburg
- Raadkamer
- G.J.A. van Unnik
- R.C.M. Reinarz
- J.T. Begheyn
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor overtreding veiligheidsvoorschriften vervoer gevaarlijke stoffen over binnenwateren
De rechtbank Middelburg behandelde de zaak tegen verdachte, die werd vervolgd wegens overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) in samenhang met het ADNR-reglement. Het ging om het vervoer van met gevaarlijke stoffen beladen containers over de binnenwateren tussen Rotterdam en Antwerpen, waarbij niet altijd voldaan werd aan de verplichte documentatie en veiligheidsvoorschriften.
De rechtbank constateerde dat de begrippen in de WVGS en het ADNR niet geheel op elkaar aansluiten, waardoor een deel van de tenlastelegging partieel nietig werd verklaard. Verdachte werd vrijgesproken van de tenlastelegging onder nummer 2, omdat zij niet als vervoerder van een specifiek schip kon worden aangemerkt. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte medepleegde aan overtredingen met betrekking tot andere schepen die zij exploiteerde.
De rechtbank oordeelde dat de vervolging terecht was en dat geen schending van het gelijkheidsbeginsel of vertrouwensbeginsel had plaatsgevonden, ondanks dat schippers en afzenders niet werden vervolgd. De overtredingen werden als ernstig beschouwd vanwege de mogelijke risico’s voor de openbare veiligheid. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €10.000, waarvan €5.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €10.000, waarvan €5.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.