ECLI:NL:RBMID:2006:AV9490
Rechtbank Middelburg
- Voorlopige voorziening
- G.J.A. van Unnik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag en loonvordering waterschap
Eiser, werkzaam bij het waterschap Zeeuws-Vlaanderen, werd op 13 december 2004 onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een salarisspecificatie over december 2004. Beide bezwaren werden door het waterschap ongegrond verklaard of niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank in twee zaken (05/347 en 05/348). Tijdens de zittingen op 7 december 2005 en 17 januari 2006 werden de beroepen behandeld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond en het beroep tegen de loonvordering niet-ontvankelijk.
Eiser verzocht de voorzieningenrechter om voorlopige voorzieningen te treffen, maar gezien de uitkomsten van de beroepen zag de voorzieningenrechter geen aanleiding daartoe. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door mr. G.J.A. van Unnik als voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Evenhuis als griffier, op 31 maart 2006.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.