ECLI:NL:RBMID:2006:AY5618
Rechtbank Middelburg
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en aanvang ophoudingstermijn
Verdachte is aangehouden wegens inbraak en omstreeks 08.15 uur in verzekering gesteld. Hij arriveerde om 09.20 uur op de plaats van verhoor en werd om 10.55 uur voorgeleid aan de hulpofficier van justitie die de ophouding voor verhoor beval. Later, om 15.25 uur, werd hij opnieuw voorgeleid met het verzoek tot inverzekeringstelling die om 16.00 uur werd gelast.
De kern van het geschil betreft het tijdstip waarop de ophoudingstermijn van zes uur begint te lopen. De rechter-commissaris stelt vast dat dit tijdstip 10.55 uur is, conform een arrest van de Hoge Raad uit 2004. De raadsman van verdachte betwist deze uitleg en stelt dat de termijn aanvangt bij aankomst op de plaats van verhoor, zoals ook in een eerder arrest uit 1988 is overwogen.
De rechter-commissaris oordeelt dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig is omdat de hulpofficier van justitie om 10.55 uur de ophouding voor verhoor heeft bevolen. Tevens wordt het bevel tot inbewaringstelling tegen verdachte verleend. Hiermee wordt de rechtmatigheid van de procedure bevestigd ondanks de discussie over het aanvangstijdstip van de ophoudingstermijn.
Uitkomst: De inverzekeringstelling is rechtmatig bevonden met aanvang van de ophoudingstermijn om 10.55 uur.