ECLI:NL:RBMID:2006:AY5618

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
2 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-715234-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 SvArt. 63 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en aanvang ophoudingstermijn

Verdachte is aangehouden wegens inbraak en omstreeks 08.15 uur in verzekering gesteld. Hij arriveerde om 09.20 uur op de plaats van verhoor en werd om 10.55 uur voorgeleid aan de hulpofficier van justitie die de ophouding voor verhoor beval. Later, om 15.25 uur, werd hij opnieuw voorgeleid met het verzoek tot inverzekeringstelling die om 16.00 uur werd gelast.

De kern van het geschil betreft het tijdstip waarop de ophoudingstermijn van zes uur begint te lopen. De rechter-commissaris stelt vast dat dit tijdstip 10.55 uur is, conform een arrest van de Hoge Raad uit 2004. De raadsman van verdachte betwist deze uitleg en stelt dat de termijn aanvangt bij aankomst op de plaats van verhoor, zoals ook in een eerder arrest uit 1988 is overwogen.

De rechter-commissaris oordeelt dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig is omdat de hulpofficier van justitie om 10.55 uur de ophouding voor verhoor heeft bevolen. Tevens wordt het bevel tot inbewaringstelling tegen verdachte verleend. Hiermee wordt de rechtmatigheid van de procedure bevestigd ondanks de discussie over het aanvangstijdstip van de ophoudingstermijn.

Uitkomst: De inverzekeringstelling is rechtmatig bevonden met aanvang van de ophoudingstermijn om 10.55 uur.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG
VERHOOR VAN VERDACHTE (inverzekeringstelling en inbewaringstelling)
ARC-nummer 06/910
Parketnr. 12/715234-06
datum 02 augustus 2006
tijdstip 12.00 uur
rechter-commissaris mr. B.J. Duinhof
griffier J.A. Luijk
officier van justitie ---
raadsman van verdachte mr. N.A. Koole
verdachte:
X
geboren te X op X
wonende te X
thans verblijvende in de X
Verhoor op de toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling en op de vordering tot het verlenen van een bevel tot bewaring.
(…)
Mr. Koole is van mening dat de inverzekeringstelling onrechtmatig is. Hij stelt daartoe dat verdachte langer dan 6 uur is opgehouden voor verhoor en eerst om 16.00 uur in verzekering is gesteld. Hij verzet zich tegen de uitleg die de officier van justitie geeft aan het arrest van de Hoge Raad van 31 augustus 2004 (LJN AP 1213). Weliswaar heeft de Hoge Raad in rechtsoverweging 4.5 overwogen dat de zes uur termijn begint te lopen op het moment waarop de (hulp)officier van justitie beveelt dat verdachte wordt opgehouden voor onderzoek. Daarnaast heeft de Hoge Raad in diezelfde rechtsoverweging echter uitdrukkelijk verwezen naar haar arrest van 24 mei 1988, (NJ 1988, 918) zodat de Hoge Raad kennelijk nog steeds van oordeel is, dat de daarin opgenomen opvatting dat de termijn aanvangt bij aankomst van de verdachte op de plaats van verhoor, nog steeds geldt. Hij refereert zich, gelet op het aanwezig te achten onderzoeksbelang, met betrekking tot de vordering tot inbewaringstelling.
Hierop deelt de Rechter-Commissaris de verdachte mede, dat hem de inverzekeringstelling niet onrechtmatig voorkomt nu de hulpofficier van justitie ten aanzien van verdachte om 10.55 uur de ophouding voor verhoor heeft bevolen. Voorts deelt hij de verdachte mede dat een bevel tot inbewaringstelling tegen hem wordt verleend.
Waarvan proces-verbaal.