ECLI:NL:RBMID:2006:AY5729
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van eigendom en gebruiksrechten op uitweg en opslagterrein door extinctieve verjaring
In deze civiele zaak staat centraal of Van den Boomgaard eigenaar is geworden van een uitweg en een gedeelte van een opslagterrein via extinctieve verjaring. Van den Boomgaard stelde dat zij deze gronden gedurende twintig jaar onafgebroken en met uitsluiting van anderen heeft gebruikt, vergelijkbaar met eigendom. De rechtbank heeft getuigen gehoord en bewijsstukken beoordeeld, waaronder een situatieschets met verschillende percelen.
De rechtbank concludeert dat hoewel Van den Boomgaard en haar rechtsvoorgangers het perceel-rood en de uitweg langdurig hebben gebruikt, niet is komen vast te staan dat dit gebruik met uitsluiting van anderen plaatsvond. Diverse getuigen verklaarden dat ook anderen het perceel-rood en de uitweg gebruikten. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor extinctieve verjaring tot eigendom.
Verder heeft Van den Boomgaard schade gesteld door het gebruik van het voorterrein door Van der [P], maar het causaal verband tussen dit gebruik en de schade is niet bewezen. Wel is vastgesteld dat er sprake is van wateroverlast door de verwaterbassins van Van der [P] en dat Van der [P] zonder toestemming stalen randen op het terrein van Van den Boomgaard heeft geplaatst. De rechtbank verbiedt Van der [P] het voorterrein te gebruiken, veroordeelt haar tot het treffen van maatregelen tegen wateroverlast, het verwijderen van de stalen randen en het herstel van het terrein. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering tot eigendom door extinctieve verjaring afgewezen; Van der [P] verboden voorterrein te gebruiken en veroordeeld tot herstel wateroverlast en verwijdering stalen randen.