ECLI:NL:RBMID:2006:AY6155
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende aansprakelijkheid advocaat in arbitrageprocedure
Eiser sloot in 1992 een aannemingsovereenkomst met Bouwbedrijf Flipse voor de bouw van een woning, waarbij de UAV 1989 van toepassing werden verklaard. Na oplevering in 1993 bleek in 1999 houtrot door gebrekkige kwaliteit hout. Eiser stelde Flipse aansprakelijk en gaf de zaak in 2000 in behandeling bij zijn advocaat, die een arbitrageprocedure startte. De Raad van Arbitrage wees de vorderingen in 2001 af.
Eiser stelde dat zijn advocaat toerekenbaar tekort was geschoten door onvoldoende onderbouwing van de vordering, onzorgvuldige procesvoering en het niet bespreken van de toepasselijkheid van de UAV. De advocaat voerde verweer dat hij als redelijk bekwaam vakgenoot had gehandeld en dat de arbitrale afwijzing mede voortkwam uit de vervaltermijn in de UAV.
De rechtbank oordeelde dat de advocaat geen verwijt treft in zijn inhoudelijke procesvoering en dat de formele tekortkomingen niet tot een andere uitkomst hadden geleid. Ook was het beroep op wanprestatie niet aannemelijk. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tegen de advocaat wegens toerekenbare tekortkoming wordt afgewezen.