ECLI:NL:RBMID:2006:AY6160
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huishoudelijke verzorging op grond van gebruikelijke zorg en AWBZ-beleid
Eiseres had vanaf 12 september 2002 gedurende twee jaar recht op huishoudelijke verzorging op grond van de AWBZ. Na afloop van deze periode vroeg zij opnieuw om zorg, maar verweerder besloot op 6 september 2004 dat zij vanaf 25 oktober 2004 niet meer in aanmerking kwam voor huishoudelijke verzorging. Dit besluit werd gebaseerd op het beleid neergelegd in het Werkdocument en later het Protocol 'Gebruikelijke Zorg', waarin is bepaald dat de leefeenheid, zoals de partner, primair verantwoordelijk is voor het functioneren van het huishouden.
Verweerder stelde dat de echtgenoot van eiseres, die fulltime werkt en geen lichamelijke of geestelijke beperkingen heeft, de huishoudelijke taken kan overnemen. Dit werd bevestigd tijdens een huisbezoek op 31 augustus 2004. Eiseres voerde aan dat zij nog steeds aan de criteria voldoet en al meer dan 12 jaar zorg ontvangt, maar de rechtbank vond dit geen bijzondere omstandigheid om van het beleid af te wijken.
Verder stelde de echtgenoot dat het intrekken van de zorg in strijd is met het recht op ongestoord genot van eigendom zoals beschermd in artikel 1 van Pro Protocol nr. 1 bij het EVRM. De rechtbank oordeelde dat het niet toekennen van huishoudelijke verzorging na afloop van een toegekende periode niet kan worden gezien als ontneming van eigendom. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om huishoudelijke verzorging niet toe te kennen wordt ongegrond verklaard.