ECLI:NL:RBMID:2006:AY7188
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of effectenleaseovereenkomst kwalificeert als huurkoopovereenkomst
De zaak betreft een vordering van Dexia Bank Nederland N.V. tegen een gedaagde tot betaling van een bedrag voortvloeiend uit een beëindigde effectenleaseovereenkomst. Dexia stelt dat de gedaagde in verzuim is omdat hij de eindafrekening niet heeft voldaan. De overeenkomst bevat bepalingen over betaling in termijnen en eigendomsoverdracht die relevant zijn voor de kwalificatie als huurkoop.
De rechtbank analyseert de overeenkomst en de bijzondere voorwaarden en concludeert dat de overeenkomst kenmerken vertoont van een huurkoopovereenkomst volgens artikel 7A:1576h jo. 7A:1576 BW. Dit blijkt uit het betalingsschema, de opschortende voorwaarde voor eigendomsoverdracht en het economisch risico dat bij de gedaagde ligt.
Echter, om definitief vast te stellen of sprake is van huurkoop, moet worden vastgesteld of de effecten daadwerkelijk op naam van de gedaagde zijn bijgeschreven in de administratie van de betrokken instelling, conform artikel 17 Wge Pro. De rechtbank verwijst de zaak naar een rolzitting om Dexia de gelegenheid te geven hierover te rapporteren, waarna de gedaagde kan reageren.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en plant de rolzitting op 22 februari 2006. Hiermee wordt de procedure voortgezet met nadruk op het bewijs van aflevering van de effecten.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak naar een rolzitting voor nadere bewijslevering over de aflevering van effecten.