ECLI:NL:RBMID:2006:AY7273
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over afwijzing Ziektewetuitkering wegens vermeende arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 29 september 2005 waarin haar aanvraag voor een Ziektewetuitkering werd afgewezen omdat zij volgens het UWV bij aanvang van haar verzekering arbeidsongeschikt was of dat dit binnen zes maanden te verwachten was. Na behandeling van het bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het besluit werd vernietigd wegens procedurele tekortkomingen, heeft het UWV het besluit heroverwogen op basis van medische informatie van de huisarts en de bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank oordeelt dat uit de medische gegevens niet blijkt dat eiseres bij aanvang van haar verzekering op 21 juli 2003 arbeidsongeschikt was of dat dit binnen zes maanden te verwachten was. De huisarts heeft geen ernstige beperkingen vastgesteld en geen specialistische verwijzing geadviseerd. De eerdere constatering van functionele afwijkingen aan de rug acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd om te concluderen dat eiseres bij aanvang al arbeidsongeschikt was.
De rechtbank wijst ook op het feit dat eiseres zich niet alleen met polsklachten, maar ook met rug- en beenklachten heeft ziek gemeld, zoals blijkt uit eerdere uitspraken en medische informatie. Gelet hierop en de onvoldoende onderbouwing van het UWV wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering.