ECLI:NL:RBMID:2006:AY7285
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling opzeggingstermijn WW en vermelding herberekening in primair besluit
Eiser was sinds 1999 in dienst en zijn arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 februari 2005. Het UWV weigerde een WW-uitkering toe te kennen tot 28 februari 2005, wat eiser aanvocht. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht uitging van een opzegtermijn van één maand en dat het totaal aan aanvullende inkomsten voorzag in loonbetaling voor 34 dagen. De rechtbank verwierp het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel, omdat zijn situatie anders was dan die van collega’s.
Wel stelde de rechtbank vast dat het UWV in het primaire besluit niet had vermeld dat herberekening mogelijk was indien eiser eerder aan het werk ging, wat volgens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep wel verwacht mocht worden. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege het ontbreken van de vermelding van de mogelijkheid tot herberekening in het primaire besluit.