ECLI:NL:RBMID:2006:AY7311
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding overeenkomst wegens waardeloze patentrechten en niet-nakoming
Partijen sloten op 8 oktober 2004 een mondelinge overeenkomst waarbij eiser mede-eigenaar zou worden van twee octrooien: een handdoekapparaat en een geparfumeerde kunststof. Hiervoor betaalde eiser €60.000 aan gedaagden. Later bleek dat het patent op de kunststof was vervallen en het patent op het handdoekapparaat waardeloos was vanwege eerdere openbaarmaking en het ontbreken van nieuwheid.
Eiser verklaarde de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden per 21 november 2004, maar gedaagden ontvingen deze verklaring niet. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst nog steeds bestond, maar dat gedaagden toerekenbaar tekort waren geschoten omdat zij niet konden nakomen door het ontbreken van waardevolle patenten.
Gedaagden voerden onder meer schuldeisersverzuim en kennis van eiser aan, maar deze verweren werden verworpen. De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst ontbonden kon worden wegens onherstelbare tekortkoming en veroordeelde gedaagden tot terugbetaling van €60.000 met wettelijke rente vanaf 14 oktober 2004, alsmede betaling van proceskosten.
Uitkomst: De overeenkomst is ontbonden en gedaagden zijn veroordeeld tot terugbetaling van €60.000 met wettelijke rente.