ECLI:NL:RBMID:2006:AY7312
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onrechtmatigheid aanbouw tegen gemeenschappelijke muur
Eiser vordert dat de rechtbank verklaart dat een aanbouw, die in 1991 tegen de buitenmuur van zijn pand is gerealiseerd, onrechtmatig is omdat deze aanbouw zonder zijn toestemming in en aan zijn eigendom is gebouwd. Hij baseert dit op een rapport van het kadaster dat stelt dat de muur aan hem toebehoort.
Gedaagden verweren zich door te stellen dat de muur op grond van artikel 5:62 BW Pro gemeenschappelijk is, dat eiser destijds op de hoogte was van de renovatie en dat er sprake is van mandeligheid sinds de aanbouw in 1991. Ook wijzen zij op verjaring en misbruik van recht door eiser.
De rechtbank oordeelt dat de muur mandelig is geworden door de aanbouw in 1991 en dat eiser dit mandeligheid heeft geaccepteerd, onder meer door zijn eerdere correspondentie. Hierdoor is de vordering van eiser ongegrond en wordt deze afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt dat de aanbouw tegen de mandelige muur rechtmatig is.