ECLI:NL:RBMID:2006:AY7317
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering waardeverlies aandelen na auto-ongeval en bedrijfseconomische schade
Eiser raakte op 7 oktober 1995 gewond bij een frontale aanrijding, waardoor hij tijdelijk arbeidsongeschikt werd. Hij was mede-eigenaar en commercieel directeur van een bouwbedrijf dat door zijn letsel minder omzet behaalde. Eiser vorderde schadevergoeding voor waardeverlies van zijn aandelen, gebaseerd op winstderving door verminderde inzetbaarheid.
De verzekeraar ZLM erkende aansprakelijkheid voor het ongeval en betaalde voorschot en slotvergoeding. Zij betwistte echter het causaal verband tussen het ongeval en het faillissement van het bedrijf, en stelde dat het waardeverlies van aandelen niet vergoedbaar is omdat het bedrijf ook zonder ongeval failliet zou zijn gegaan.
De rechtbank oordeelde dat het faillissement door opheffing onherroepelijk is en niet aan het ongeval kan worden toegerekend. Tussentijds waardeverlies van aandelen is geen geldige vermogensschade. Ook werd geoordeeld dat de omzetdalingen deels verklaard konden worden door marktontwikkelingen en interne bedrijfsfactoren.
Daarom werd de vordering van eiser afgewezen en werd hij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit op 1 maart 2006.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat het faillissement niet aan het ongeval kan worden toegerekend en het waardeverlies van aandelen niet vergoedbaar is.