3.2 [gedaagde sub 4] stelt dat de vordering jegens hem moet worden afgewezen, nu iedere grondslag voor aansprakelijkheid van hem ontbreekt.
LBC/Sadra concludeert eveneens tot afwijzing van de vordering. Op grond van de overeenkomst tussen partijen rust op haar een inspanningsverplichting, waaraan zij heeft voldaan. Zij heeft de haar door [eisers] ter beschikking gestelde gelden besteed aan de aflossing van schuldeisers van [eisers] overeenkomstig de bij haar conclusie van antwoord overgelegde staat van herkomst.
Het doen van belastingaangifte over 2002 was geen taak van LBC/Sadra. [eisers] had haar dit ook niet opgedragen. LBC/Sadra heeft, onverplicht, wel gepoogd aangifte te doen in verband met een mogelijke teruggave. Ondanks aandringen verstrekte [eisers] hiertoe echter niet de benodigde gegevens. LBC/Sadra betwist bovendien de door [eisers] gestelde schade gemotiveerd.
LBC/Sadra heeft overleg gevoerd met Solveon met betrekking tot de hypotheekachterstand. Zij stelt onder verwijzing naar diverse producties overgelegd bij conclusie van antwoord dat de beschikbare middelen nimmer voldoende waren om de hypotheekschuld te kunnen voldoen en een openbare verkoop te voorkomen. Dit is niet aan een tekortkoming van LBC/Sadra te wijten.
De nota’s van LBC/Sadra zijn overeenkomstig hetgeen hieromtrent tussen partijen is overeengekomen. De vergoeding wordt bepaald op grond van een standaardtarievenlijst, die is tegelijk met de opdrachtbevestiging aan [eisers] is overhandigd. LBC betwist dat een vergoeding van € 40,-- per maand zou zijn overeengekomen.
Dat [eisers] met een restschuld is blijven zitten is niet aan LBC/Sadra te wijten. [eisers] blijft zelf verantwoordelijk voor de aflossing van haar schulden. Overigens bleek [eisers] niet alle schulden aan LBC/Sadra te hebben gemeld, waardoor geen sluitend aflossingsschema kon worden opgesteld, en was er onvoldoende inkomen om alle schulden te voldoen. Solveon stemde niet in met de door LBC/Sadra voorgestelde aflossingsregeling. Ook heeft LBC/Sadra geprobeerd de woning onderhands te verkopen, hetgeen niet is gelukt. De hypotheekachterstand bedroeg in november 2002 € 5.113,92 en is daarna nog verder opgelopen. De eenmalige betaling van € 737,25 in december 2002 zou Solveon niet hebben weerhouden van een executoriale verkoop. Voor vaststelling van schade is het overigens aan [eisers] te bewijzen dat hij de woning voor een hoger bedrag had kunnen verkopen. Dit volgt niet uit het feit dat hij de woning zelf voor een hoger bedrag te koop heeft aangeboden.
Alle inkomsten en uitgaven van en voor [eisers] zijn verantwoord. Op het inkomen van mevrouw [eisers] werden door haar werkgever voorschotten verrekend waarna nog € 61,-- resteerde.
De schulden bij Comfort Card en de Direktbank zijn niet afgelost. [eisers] wilde dit niet, omdat op aflossing niet werd aangedrongen. Overigens waren de inkomsten hiertoe ook onvoldoende, mede gelet op alle andere schulden die er waren. Het oplopen van deze schulden is niet aan LBC/Sadra te wijten.
LBC/Sadra voert gemotiveerd aan waarom [V.] afzag van borgstelling en welke rol zij daarin heeft gespeeld. Haar is daarin niets te verwijten.