ECLI:NL:RBMID:2006:AY9486
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling van gemeenschap na beëindiging samenwoning met geschil over woningwaarde en gebruiksvergoeding
Partijen, die sinds medio 1997 een affectieve relatie hadden en sinds april 2002 een samenlevingsovereenkomst sloten, beëindigden hun relatie en samenwoning in december 2003. De hoofdgeschillen betreffen de verdeling van de woning, de te hanteren peildatum en waarde, de toerekening van hypothecaire leningen, de rol van door ouders betaalde kosten en de arbeid van de ouders van de man, alsmede de gebruiksvergoeding voor de woning.
De rechtbank oordeelde dat de peildatum voor de waardebepaling van de woning het moment van feitelijk uiteengaan van partijen in december 2003 is. De woning werd getaxeerd op respectievelijk € 215.000 en € 230.000; de rechtbank hanteerde het gemiddelde van € 222.500. De woning, hypotheken en levensverzekering werden aan de man toegedeeld, waarbij de waarde van de geschonken schuur van € 11.344,51 in mindering werd gebracht. De arbeid van de ouders van de man werd niet tot verrekening toegelaten, noch de door de ouders van de vrouw betaalde kosten en het spaargeld van de vrouw.
De man werd veroordeeld om aan de vrouw een bedrag van € 39.171,46 te betalen wegens overbedeling, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis. Tevens moet de man aan de vrouw een gebruiksvergoeding van € 315,50 per maand betalen vanaf 1 januari 2004 tot de notariële overdracht van haar aandeel in de woning. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man krijgt de woning toegedeeld en moet de vrouw € 39.171,46 betalen plus een gebruiksvergoeding van € 315,50 per maand vanaf 1 januari 2004 tot notariële overdracht.