ECLI:NL:RBMID:2006:AZ0404
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M.J. Hoppers
- Rechtspraak.nl
Vordering wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking bij verkoop gestolen Porsche
Op 28 juli 2002 werd een Porsche 911 Speedster gestolen in Zandvoort, eigendom van een Duitse verzekerde die door Würthembergische was schadeloosgesteld en eigenaresse werd van de auto. Van Zweeden kocht de auto op 30 oktober 2002 van een derde, zonder voldoende onderzoek te doen naar de herkomst en legitimiteit van de auto en de verkoper. De auto bleek voorzien van een vervalst chassisnummer en was in Luxemburg buiten gebruik gesteld.
Würthembergische stelde dat Van Zweeden onrechtmatig handelde door de auto te verhandelen terwijl hij niet te goeder trouw was, en vorderde betaling van schadepenningen en/of de koopprijs met rente en kosten. Van Zweeden betwistte onrechtmatigheid en stelde dat hij voldoende onderzoek had gedaan en te goeder trouw was.
De rechtbank oordeelde dat Van Zweeden niet voldeed aan de onderzoeksplicht zoals geformuleerd door de Hoge Raad, aangezien hij geen fatsoenlijk onderzoek deed naar de herkomst van de auto en legitimiteit van de verkoper. Hierdoor was hij niet te goeder trouw. De primaire vordering werd afgewezen omdat het onredelijk is het volledige risico van diefstal op Van Zweeden af te wentelen zonder bewijs van heling.
De subsidiaire vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking werd wel toegewezen. Van Zweeden maakte €6.000 winst na aftrek van reparatiekosten, en deze winst werd als ongerechtvaardigde verrijking aangemerkt. De rechtbank veroordeelde Van Zweeden tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente vanaf 30 oktober 2002 en in de proceskosten.
Uitkomst: Van Zweeden wordt veroordeeld tot betaling van €6.000 met rente wegens ongerechtvaardigde verrijking.