ECLI:NL:RBMID:2006:AZ0541

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
16 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
39782 HA ZA 03-434
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:92 BWArt. 93 onder c RvArt. 17 WGE
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak Dexia naar sector kanton wegens huurkoopkenmerken

In deze civiele procedure tussen Dexia Bank Nederland N.V. en de gedaagde is door de rechtbank Middelburg vastgesteld dat de kenmerken van huurkoop in de zaak aanwezig zijn. De rechtbank heeft Dexia in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de feitelijke bijschrijving van effecten op naam van de gedaagde, waarbij Dexia zich heeft beroepen op het eerdere oordeel van de rechtbank.

De gedaagde heeft gesteld dat de aandelen daadwerkelijk op zijn naam zijn bijgeschreven. De rechtbank gaat op grond van de referte van Dexia ervan uit dat deze bijschrijving heeft plaatsgevonden. Hoewel de gedaagde slechts een voorwaardelijk recht op de effecten heeft verkregen volgens de bijzondere voorwaarden, kwalificeert dit als een eigendomsvoorbehoud in de zin van artikel 3:92 BW Pro.

De rechtbank wijst daarom de vordering tot verwijzing naar de sector kanton toe en veroordeelt Dexia in de kosten van het incident, begroot op €452 aan procureurssalaris. De hoofdzaak wordt verwezen naar de kantonrechter voor verdere behandeling op 13 september 2006.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verwijzing toe en verwijst de zaak naar de sector kanton.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG
Sector civiel recht
Vonnis van 16 augustus 2006 in de zaak van:
rolnr: 434/03
De naamloze vennootschap
Dexia Bank Nederland N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
procureur: mr. E.H.A. Schute,
advocaat: mr. H. Post;
tegen:
[geda[gedaagde],
wonende te Hoek, gemeente Terneuzen,
gedaagde,
procureur: mr. H. Klein Hesselink.
1. Het verdere verloop van de procedure
De rechtbank verwijst naar haar tussenvonnis d.d. 25 januari 2006.
Hierna zijn de volgende processtukken gewisseld:
- akte uitlating bijschrijving ex artikel 17 WGE Pro: tot referte;
- antwoordakte na tussenvonnis.
2. De verdere beoordeling
2.1. De rechtbank heeft bij voornoemd tussenvonnis Dexia in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of er in casu daadwerkelijk bijschrijving van de effecten op naam van [gedaagde] in de administratie heeft plaatsgevonden. Dexia heeft zich ten aanzien daarvan gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.2. [gedaagde] heeft aangegeven dat gezien de referte van Dexia ervan uit dient te worden gegaan dat de aandelen zijn bijgeschreven op zijn naam.
2.3. De rechtbank gaat er, gelet op de referte van Dexia op dit punt, van uit dat er in casu daadwerkelijk een bijschrijving van de effecten op naam van [gedaagde] in de administratie heeft plaatsgevonden. Dat [gedaagde] middels deze bijschrijving gelet op de tekst van artikel 2 van Pro de Bijzondere Voorwaarden slechts een voorwaardelijk recht op de effecten heeft verkregen doet hieraan niet af. De betreffende bepalingen zijn niet anders te beschouwen dan als een eigendomsvoorbehoud in de zin van artikel 3:92 BW Pro.
2.4. Gelet op het vorenstaande en hetgeen in voornoemd tussenvonnis is overwogen, concludeert de rechtbank dat is voldaan aan de kenmerken van huurkoop, zodat de zaak op grond van artikel 93 onder Pro c Rv door de sector kanton van de rechtbank dient te worden behandeld en beslist. De vordering in het incident kan derhalve worden toegewezen.
De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de sector kanton van deze rechtbank.
2.5. Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident.
3. De beslissing
De rechtbank:
in het incident:
wijst de vordering tot verwijzing toe;
veroordeelt Dexia in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 452,-- aan procureurssalaris;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de sector kanton van de rechtbank (zittingsplaats Terneuzen) op woensdag 13 september 2006 om 10.30 uur, waarbij partijen, in persoon of bij gemachtigde, dienen te verschijnen.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 augustus 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.
AIJ