ECLI:NL:RBMID:2006:AZ1829
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen ontruimingsvonnis en afwijzing vordering tot betaling in boedelscheiding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtgenoten over de uitvoering van een vonnis waarbij de eiseres is veroordeeld tot medewerking aan verkoop en ontruiming van de gezamenlijke woning. De eiseres kwam in verzet tegen het vonnis, stellende dat uitvoering zou leiden tot een noodtoestand vanwege het ontbreken van alternatieve woonruimte.
De rechtbank oordeelt dat de eiseres bij aanvang van de procedure op de hoogte was dat zij de woning zou moeten verlaten en dat zij onvoldoende actie heeft ondernomen om vervangende woonruimte te verkrijgen. Hierdoor heeft zij de situatie over zichzelf afgeroepen en is er geen sprake van een onvoorziene noodtoestand.
Daarnaast is de vordering van de eiseres tot betaling van een bedrag in het kader van de boedelscheiding afgewezen omdat de definitieve boedelverdeling nog niet heeft plaatsgevonden. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzet tegen het ontruimingsvonnis wordt ongegrond verklaard en de vordering tot betaling in de boedelscheiding wordt afgewezen.